Freddy Chaves
Frédéric ‘Freddy’ Chaves d’Aguilar (1918-2004) was een van de eerste grote voetbalvedettes van Gent en twintigvoudig Rode Duivel. Hij groeide op in de Gentse Muidewijk en sloot zich al op zijn dertiende aan bij de Gantoise. Op zijn zeventiende debuteerde hij in het eerste elftal en maakte hij meteen de promotie naar eerste klasse mee. In de jaren die volgden groeide hij uit tot de eerste grote ster van het Ottenstadion.
Tussen 1935 en 1954 speelde Chaves 266 wedstrijden voor de Gantoise en scoorde hij 113 doelpunten. Zijn prestaties leverden hem ook een plaats op bij de nationale ploeg: tussen 1946 en 1951 werd hij 24 keer geselecteerd voor de Rode Duivels. Hij speelde uiteindelijk twintig interlands en maakte daarin acht doelpunten.
Naast het voetbal runde hij samen met zijn broer Etienne, eveneens speler van de eerste ploeg, wasserij Moderna in de Muide. Zijn populariteit bleef ook lang na zijn carrière voortleven: in 2000 verkozen de supporters hem tot het Buffalo-elftal van de eeuw.
Richard ‘Tsjare’ Orlans
Richard Orlans (°1931) kwam in 1946 eerder toevallig bij de Gantoise terecht. Tijdens een wedstrijd van een buurtploeg uit de omgeving van het huidige UZ Gent tegen de cadetten van de club viel zijn talent op. De buurtploeg verloor, maar kreeg na de match wel een warme douche, een kom erwtensoep en boterhammen met echte boter en gehakt. Een ongekende luxe, zo kort na de oorlog. Als kers op de taart kreeg de jonge Orlans ook een aansluitingskaart voor de Gantoise voorgeschoteld.
Hij maakte snel naam. In 1947 werd hij met de cadetten provinciaal kampioen van Oost-Vlaanderen, een jaar later Belgisch kampioen bij de scholieren. Op zijn zeventiende debuteerde hij in de hoogste afdeling tegen Antwerp. De Buffalo’s wonnen met 4-2.
Als pijlsnelle rechtsbuiten kreeg Orlans de bijnaam Hazewind. Tussen 1955 en 1962 werd hij 35 keer geselecteerd voor de Rode Duivels en speelde hij 21 interlands.
Zijn meest legendarische wedstrijd volgde op 3 juni 1956 tegen Hongarije, toen een van de sterkste ploegen ter wereld. De Hongaren hadden in 1952 olympisch goud gewonnen en stonden twee jaar later in de WK-finale. België keek bij de rust tegen een 1-3-achterstand aan, maar knokte zich naar een spectaculaire 5-4-overwinning. Orlans scoorde twee keer, waaronder het winnende doelpunt. Meer dan 70.000 supporters – toen een absoluut record voor het Heizelstadion – gingen uit volledig uit hun dak tijdens een van de meest memorabele avonden uit de geschiedenis van de Rode Duivels.
Léon ‘Trouet’ Motombo Mokuna
Mokuna groeide op in Leopoldstad, het huidige Kinshasa, en maakte in 1957 als jonge speler indruk tijdens een Belgische tournee van een selectie Congolese voetballers. In een vriendschappelijke wedstrijd tegen de Gantoise scoorde hij drie keer en leidde hij zijn ploeg naar een 3-4-overwinning. Enkele maanden later trok hij zelf het shirt van de Buffalo’s aan.
Daarmee schreef hij geschiedenis. Mokuna was een van de eerste zwarte spelers in de Belgische eerste klasse. Maar het was bovenal zijn talent dat de aandacht trok. Ploegmaats herinnerden hem als een krachtige aanvaller met een verschroeiend schot. Zijn bijnaam ‘Trouet’ – hij die gaten in het net trapt – kreeg hij dan ook niet toevallig. In 1959 werd hij met 17 doelpunten topscorer van de Gantoise, een jaar later deed hij dat nog eens over met 14 treffers.
In 1967 keerde Mokuna op vraag van president Mobutu terug naar het toenmalige Zaïre om er het voetbal mee uit te bouwen. Tot 1970 was hij bondscoach van de nationale ploeg. Vier jaar later kwalificeerde Zaïre zich als eerste land uit Sub-Sahara-Afrika voor een wereldkampioenschap voetbal.






